Liberaal Vlaams Studentenverbond

Logo LVSV

Het Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVSV) Gent is een politiek-filosofische studentenvereniging, reeds actief sinds 1930. Pluralisme, openheid en partijonafhankelijkheid zijn onze voornaamste kenmerken. Via debatten, discussieavonden en lezingen trachten wij de Gentse student warm te maken voor een filosofisch onderbouwd liberalisme. Het studentikoze krijgt echter ook onze aandacht, aan de hand van cantussen, bierbowlings en uitstapjes verkennen we ook de minder formele gebieden van het Gentse studentenleven.

Blog Kalender

Alan Shrugged - Hoe Utopisch is de Vrije Markt?

Datum: 08 Nov 2010 Author: Thibault Viaene

Hoe utopisch is de vrije markt?

 

'Human beings will be happier - not when they cure cancer, get to Mars or eliminate racial prejudice, but when they find ways to inhabit primitive communities again. That's my Utopia.'

Hoe serieus we deze uitspraak van de beroemde Amerikaanse auteur Kurt Vonnegut (1922-2007), een notoir satiricus, moeten nemen, is onduidelijk. Dat veel intellectuelen niettemin lijden aan een nostalgisch verlangen naar het primitieve, staat echter buiten kijf. Anno 2010 lijkt het kapitalisme elk aspect van het dagelijkse leven te overheersen: de mens streeft louter naar materieel en geldelijk comfort, geluk en solidariteit lijken bijzaak. Tegenover de zogenaamde vervreemding en het egoïsme van de moderne maatschappij, schuiven velen het welvaren van de "primitieve gemeenschap" naar voor, waarin de menselijke coöperatie kaderde in het "algemeen belang" en begrippen genre hebzucht en eigenbelang onbestaande waren.

De mainstream analyse van de crisis uit 2007 wijst namelijk met de beschuldigende vinger naar de hebzucht van het losgeslagen kapitalisme die welig zou tieren in de financiële sector. Hans Achterhuis (°1942), emeritus professor filosofie aan de Universiteit van Twente en momenteel dé gehypte figuur in marktkritische kringen, schreef in het zog daarvan enkele maanden geleden het boek "De Utopie van de Vrije Markt". Achterhuis wijdde het merendeel van zijn carrière aan de studie van utopieën aan linker- en rechterzijde. Na het falen van het nazisme en Sovjet-communisme, moet nu het zogenaamde "neoliberalisme" als utopische stroming eraan geloven. Zijn kritiek op het vrije marktdenken valt uiteen in drie delen, die ik hieronder chronologisch zal benaderen.

Kapitalisme: A History of Violence?

 Gevraagd naar de morele grondslag van de vrije markt, wijzen klassiek liberalen naar het ongedwongen karakter van de transacties die er plaatsvinden.  Twee personen handelen met elkaar, niet omdat ze daartoe gedwongen worden, maar omdat ze er beiden van overtuigd zijn dat ze er beter van gaan worden. De vrije markt dient volgens hen benaderd te worden als een spontaan proces, "The Spontaneous Order": individuen streven hun eigenbelang na en creëren, zonder in chaos te verzanden en zonder dit zelf te voorzien, een bepaalde orde, die nooit tot stand zou kunnen zijn gekomen door de planning van een centraal orgaan (lees: de overheid). Hierin ligt ook de grootste contradictie van het socialisme: het economische leven is een kluwen van data en individuele preferenties die zich wegens hun complexiteit, wisselvalligheid en onzekerheid niet lenen tot planning.

Dat de vrije markt een spontaan distributieproces is, tracht Achterhuis in zijn boek hardvochtig te weerleggen. Hiervoor haalt hij de Hongaarse econoom Karl Polanyi (1886-1964) weer van onder het stof. Polanyi toonde in zijn magnum opus "The Great Transformation" aan dat het hedendaagse kapitalisme nooit tot stand zou zijn gekomen zonder ingrijpen van de overheid. Dat kapitalisme ontstond in industrieel Engeland anno 1800 door de zogenaamde "Enclosures". Het platteland bestond voornamelijk uit "common grounds": velden die in mede-eigendom gehouden werden door boeren. Omdat een situatie van mede-eigendom nefast bleek voor het efficiëntieniveau (cfr. de leer van "Tragedy of the Commons"), trokken vele grootgrondbezitters aan de mouw van de overheid om van die gronden privé-eigendom te maken. Aldus werden vele boeren met geweld van hun gronden verjaagd en de facto onteigend. Die boeren vluchtten en masse naar de steden, alwaar ze in loonarbeid gingen in de vele fabrieken die ten gevolge van de Industriële Revolutie als paddenstoelen uit de grond rezen: het moderne kapitalisme was geboren.

Het manipulatief karakter van dit feitenrelaas is echter merkwaardig. Achterhuis neemt hier klakkeloos de Marxistische opvatting over dat er een radicale cesuur was tussen de prekapitalistische en kapitalistische samenleving. De realiteit is echter dat vele boeren reeds lang voor de Industriële Revolutie vrijwillig naar de steden trokken. Hun beweegredenen waren duidelijk: het leven op het platteland was niet zo rooskleurig als Achterhuis ons doet geloven. Hongersnoden en schaarste waren schering en inslag, kindersterfte tierde welig en de levensverwachting was desastreus laag. Het "schamel loontje" die ze in de fabriek konden verdienen was nog steeds een netto vooruitgang in vergelijking met de rampspoed die het platteland te bieden had.

Verder heeft Achterhuis een punt dat veel privaat eigendom ten tijde van de Enclosures via gewelddaden tot stand is gekomen. Dat dit echter gebeurde via gelobby en de overheid uiteindelijk de beslissende hand in het hele verhaal had, weerhoudt hem er niet van deze praktijken als een inherent onderdeel van de vrije (!) markt te beschouwen. Akkoord, zonder die Enclosures had het huidige kapitalisme waarschijnlijk een ietwat ander gelaat gekend, maar dat marktrelaties bijgevolg enkel via geweld tot stand kunnen komen, is een drogreden van jewelste en een negatie van de geschiedenis. In 30% van de gevallen zijn de privatiseringen namelijk wél vrijwillig tot stand gekomen, omdat men ook wel besefte dat die mede-eigendomconstructies elke vorm van groei en vooruitgang in de weg stonden. Het is niet omdat je op gewelddadige wijze een bank kan overvallen, elke vorm van geld vergaren bijgevolg immoreel is en niet op ongedwongen wijze kan geschieden.

Ayn Rand en Alan Greenspan

 Net zoals de utopie van het socialisme gebaseerd is op Marx' "Das Kapital", heeft ook het neoliberalisme haar bijbelse variant. Achterhuis verwijst hiervoor naar de roman "Atlas Shrugged" (1957) van de Russisch-Amerikaanse auteur Ayn Rand (1905-1982). In het verhaal beschrijft Rand hoe topindustriëlen de overheidsbemoeienis in de economie grondig beu zijn en in staking gaan. Ze stoppen met ondernemen om zo aan te tonen dat zonder hun inzet en creativiteit een moderne samenleving niet kan functioneren. In de roman verwerkt ze de basisprincipes van haar filosofie, het "objectivisme". Ze meent dat elke sociale relatie gebaseerd dient te zijn op vrijwilligheid en het hoogste morele doel van de mens het nastreven van het rationeel eigenbelang is. Laissez-faire kapitalisme is bijgevolg het enige politieke systeem die daarmee verzoenbaar is.

Toen men enkele jaren geleden peilde naar het meest invloedrijke boek in de Verenigde Staten, prijkte Atlas Shrugged op de tweede plaats, slechts voorafgegaan door de Bijbel. Dat Alan Greenspan, tot 2006 de gouverneur van de Amerikaanse centrale bank en aangewezen als dé hoofdverantwoordelijke van de financiële crisis, ook nog eens een oude vriend van Ayn Rand blijkt te zijn, doet Achterhuis concluderen dat er wel sprake moét zijn van een complot. Feit is echter dat hij de populariteit van de objectivistische school in de VS schromelijk overschat. Doorheen de jaren is de weerklank van het objectivisme vrij beperkt gebleven, niet in het minst op beleidsmatig niveau. Het is correct dat Greenspan een vertrouweling was van Rand en gedurende lange tijd de objectivistische leer aanhing. Men moet echter geen economiediploma in handen hebben om te beseffen dat er een enorme kloof gaapt tussen de objectivistische opvatting omtrent economie (overheidsinmenging: nul) en die van de gouverneur van de centrale bank. De meest verregaande manier van economische interventie is nu eenmaal een overheidsinstelling het absolute monopolie van geldcreatie in handen geven. Het was juist Greenspan's beleid met haar lage rentevoeten die één van de hoofdoorzaken van de financiële crisis bleek te zijn. Het is hier niet het moment om nogmaals een analyse van de crisis te maken, maar de opvatting dat die het rechtstreeks gevolg zou zijn van deregulering en hebzucht bij bankiers, is op zijn minst gezegd kort door de bocht en wordt tevens niet geschraagd door de economische wetenschap. Misschien daarom ook dat Achterhuis in zijn boek toegeeft dat hij niet veel kaas gegeten heeft van monetaire economie. 'Blaming greed for this crisis is the same as blaming oxygen when a house burns down', aldus een opiniemaker in The Wall Street Journal.

Friedman en Chili

 Hoe kun je iemand beter in diskrediet brengen dan te beweren dat hij bloed aan zijn handen heeft? Dit is precies wat Achterhuis in het laatste deel van zijn boek doet. Hij plaatst een frontale aanval op één van de herauten van het klassiek liberalisme, Milton Friedman, die als inspirator zou gefungeerd hebben voor het schrikbewind van Augusto Pinochet in Chili. Hij neemt hiervoor kritiekloos het discours van Naomi Klein over uit het boek 'The Shock Doctrine'. De staatsgreep van Pinochet in 1973 was beweerdelijk een neoliberale revolutie, met Friedman als ideologische stuurman. Het bewijs vindt Klein in volgende passage uit 'Capitalism and Freedom':

'Only a crisis - actual or perceived - produces real change. When that crisis occurs, the actions that are taken depend on the ideas that are lying around. That, I believe, is our basic function: to develop alternatives to existing policies, to keep them alive and available until the politically impossible becomes politically inevitable.'

 Friedman zou dus willens en wetens revoluties over gans de wereld steunen, teneinde van de kwetsbaarheid van de burgers misbruik te maken om een neoliberaal programma van dereguleringen en privatiseringen door te drukken. De waarheid kent echter ook haar rechten. De context waarin hij dit schreef was een Amerika dat, na decennia van Keynesiaans beleid, met een nooit geziene stagflatie geconfronteerd werd. Friedman beweerde, vrij oncontroversieel, dat wanneer bepaalde beleidsopties blijken te falen, de tijd en geesten rijp zijn voor verandering.  

Dat Friedman vervolgens als adviseur van Pinochet achter de staatsgreep zat, is complete quatsch en vloekt overigens met de chronologie. Pinochet greep in 1973 de macht en liet de economie de eerste jaren van zijn beleid (de periode waarin ook het gros van zijn politieke tegenstanders werden vermoord) aan militairen over. Die militairen waren vooral geïnspireerd door socialistische en corporatistische idealen. Toen dit niet bleek te werken, keek Pinochet de andere richting uit en vroeg  in 1975 (twee jaar na de staatsgreep!) om een onderhoud met Friedman. Dit duurde welgeteld 45 minuten. Friedman adviseerde hem de inflatie te beteugelen en staatsbedrijven te privatiseren om de overheidsfinanciën te saneren. Een advies die hij ook in maoïstisch China, Sovjet-Rusland en de socialistische regimes van Latijns Amerika ging verkondigen. De enige reden waarom de casus Chili opgevist wordt, is omdat Pinochet als enige heil zag in enkele vrije marktprincipes. Over de vele slachtoffers die socialistische dictators in de rest van Latijns Amerika op hun kerfstok hebben, zwijgen Klein en Achterhuis wijselijk. Friedman, een vredelievend man die de Chileense junta meermaals bekritiseerde voor haar schrikbewind, verantwoordelijk houden voor Pinochet's slachtoffers, is ronduit crimineel. Laten we ook niet vergeten dat Friedman in de herfst van zijn carrière zich profileerde als een hevig tegenstander van de oorlogen in Irak en Afghanistan, daar hij militaire interventies afwees als middel om vrije samenlevingen tot stand te brengen.

Conclusie

 Achterhuis' bewering dat we geen utopische verwachtingen mogen koppelen aan de vrije markt, is correct. Het is echter niet omdat de markt iets niet kan oplossen, de overheid dit per definitie wél kan. De vrije markt is helemaal geen utopie, maar een exponent van de menselijke vooruitgang die onze levenstandaard en welvaart de hoogte heeft ingejaagd, ons kunst en wetenschap heeft bezorgd en uiteindelijk dé oplossing is voor die delen van de wereld die zich heden ten dage nog in het economisch moeras bevinden. Achterhuis' boek is doorspekt van historische misinterpretaties, naamsverwarringen en economische denkfouten. Elke liberaal, links of rechts, sociaal of klassiek, dient zich tegen deze manifest incorrecte aantijgingen te verzetten. Geloven in de vrije markt is in essentie geloven in het menselijke kunnen.

« Newer ~ Verslag: Rode avond – Vandewalle Jürgen | Powerpointpresentaties Liberalisme, Quid? ~ Older »